Das Werkstattsystem
NL
Demowebsite bekijken
Tarieven

Wat Werkstattsystem kost

Eén bedrijf, één prijs. Iedereen die meewerkt zit erbij — de gebruikelijke afrekening per werkplek straft precies de groei waarvoor je software koopt.

Geen afrekening per hoofd

Twee monteurs of acht: de prijs blijft gelijk. Een extra account is een uitnodiging, geen bestelling.

E-facturatie inbegrepen

E-facturatie kost niets extra. Een standaardformaat als module verkopen is geen prestatie.

Maandelijks opzegbaar

Geen jaarcontract, geen instelkosten.

Wat je krijgt

Vier modules. Eén systeem.

Website, werkvloer, voorraad en team grijpen in elkaar — in plaats van vijf losse programma's. Wat er precies in zit, zie je bij de tarieven.

Website en afspraken

Eigen site, online aanvragen en klantenportaal — zonder extra afsprakenprogramma.

Werkorders op de werkvloer

Werkorder, tijden, defecten en kwaliteitscheck op één plek — van intake tot klaar.

Auto's, onderdelen en terrein

Voertuigen, voorraad en stallingsplekken direct op de werkorder — niet in Excel.

Medewerkers en locaties

Meer mensen of een tweede vestiging? Dan groeit het systeem mee.

Tarieven

Klein beginnen, meegroeien

Elk tarief bevat website, online afspraken, werkorders en facturatie. Jaarbetaling: 10 maandprijzen — 2 maanden cadeau.

Starter

€ 29 / maand

of € 290/jaar 2 maanden gratis

Zichtbaar, boekbaar, factureerbaar — voor de eenmanszaak.

  • Website, online afspraken & klantportaal
  • Orders, offertes & facturen
  • Voertuigen & klantenbeheer
  • 1 medewerker · 1 vestiging
Toegang aanvragen
Pro

€ 99 / maand

of € 990/jaar 2 maanden gratis

Meerdere vestigingen, onbeperkt team.

  • Alles uit Plus
  • Onbeperkt aantal medewerkers
  • Meerdere vestigingen
  • Medewerkersportaal & vacatures
Toegang aanvragen
In detail

Wat werkplaatssoftware werkelijk kost

Waaruit een prijs is opgebouwd

Het maandbedrag op een vergelijkingspagina is zelden het bedrag dat wordt afgeschreven. Vier grootheden bepalen samen wat er aan het eind van het jaar van je rekening af is:

  • Het basistarief. Het enige getal dat op de website staat, en meestal het kleinste deel van de rekening zodra je bedrijf uit meer dan één persoon bestaat.
  • De staffel. Per gebruiker, per werkplek, soms per aantal klanten in je bestand. Dit is de post die met je bedrijf meegroeit, en de enige die je bij het tekenen nog niet kunt zien.
  • De modules. Voorraadbeheer, in- en verkoop van voertuigen, een website, een klantenportaal, een betaallink. Wat bij de één in het tarief zit, is bij de ander een aparte regel — en dat is precies de reden dat twee maandbedragen niet vergelijkbaar zijn.
  • De transactiekosten. Betaallinks lopen via een betaaldienst en die rekent per transactie af. Dat bedrag staat in geen enkele tariefvergelijking, en het is de enige post die met je omzet meebeweegt in plaats van met je bedrijfsgrootte.

Daarnaast staan de eenmalige posten, die met een maandbedrag helemaal niet te vergelijken zijn: een aanmeldbedrag bij de start, het overzetten van je gegevens, en de uren die je eigen mensen in de eerste weken kwijt zijn. Ze komen verderop apart terug, want ze horen in de rekensom en niet in de kleine lettertjes.

De bruikbare vergelijking is daarom niet het maandbedrag maar het jaarbedrag voor jouw bedrijf: jouw aantal mensen, jouw modules, jouw manier van betalen, plus de eenmalige kosten van het eerste jaar. Vraag dat bedrag op, schriftelijk. Een leverancier die het niet in één regel kan opschrijven, heeft een prijsmodel dat jij ook niet zult kunnen navertellen.

Nog iets waar de Nederlandse markt in uiteenvalt: een deel van de aanbieders publiceert helemaal geen prijs en stuurt aan op een demo-afspraak. Dat is een legitiem model, maar het verschuift het werk naar jou — je kunt pas vergelijken nadat je een gesprek hebt gevoerd. Een gepubliceerde prijs is niet automatisch de laagste, wel de enige die je zonder afspraak kunt controleren.

De posten die niet in de offerte staan

Vijf kosten komen in bijna geen enkele offerte voor en in bijna elke invoering.

  • Het overzetten van je gegevens. Klanten en voertuigen uit het oude systeem. Sommige aanbieders doen dat kosteloos, andere per uur, en bij software die lokaal op een computer op kantoor draait hangt het er maar net van af wat die eruit laat komen. Dit is de post met de grootste spreiding en dus de eerste die je uitvraagt.
  • De eerste weken. Niet de cursus, maar het tempo. Twee weken half zo snel werken kost meer dan welke opstartvergoeding ook — en het is de enige post die je met je eigen uurtarief kunt uitrekenen.
  • De transactiekosten van de betaallink. Per transactie, niet per maand. Bij honderd facturen per maand is dat een vast bedrag geworden dat niemand als abonnement herkent.
  • De koppelingen. Grossier, boekhouding, betaaldienst. Elk daarvan is óf inbegrepen, óf een aparte regel, óf een eigen contract bij een derde partij. Wiens contract het is, bepaalt wie je belt als het stukloopt.
  • De website. Bij een deel van de aanbieders is de website een los product met een eigen tarief. Dat maakt het maandbedrag op de tariefpagina lager en de jaarrekening hoger.

Voor de Nederlandse markt komt daar een zesde bij die zwaarder weegt dan alle andere samen, en die met techniek niets te maken heeft. Van de 8.976 bedrijven met een APK-erkenning voor lichte voertuigen hebben er 6.854 ook een erkenning bedrijfsvoorraad — drie van de vier handelen dus óók in auto's. Bij de aanbieders in deze markt hoort dat handelsdeel bij een eigen module, en of die in het tarief zit of er los bij komt verschilt per aanbieder. Reken je alleen de werkplaats door, dan vergelijk je de helft van je eigen bedrijf.

En daar hoort onze eigen grens bij, op dezelfde plek en niet in een voetnoot: onze voorraad is die van onderdelen en banden. Bedrijfsvoorraad en de in- en verkoop van voertuigen zitten er niet in. Draait een deel van je omzet op auto's, dan is dat geen module die je bij ons bijkoopt maar een tweede systeem — en dat hoort in je rekensom te staan vóór de proefperiode, niet erna.

Per werkplek of per bedrijf — wat dat bij de vijfde medewerker doet

Het prijsmodel bepaalt je rekening sterker dan de prijs. Het verschil begint pas te werken op het moment dat je bedrijf groeit, en dat is precies het moment waarop je er niet meer onderuit komt.

Per werkplek oogt goedkoop in een eenmanszaak en wordt duur zodra er iemand bijkomt: elke monteur, elke parttimer en elke vakantiekracht is een regel. Per bedrijf oogt hoger op de tariefpagina en verandert daarna niet meer. In deze markt kom je bovendien staffels tegen die niet op gebruikers maar op het aantal klanten in je bestand zitten — een grens die je overschrijdt zonder dat je iets hebt aangeschaft.

Hoe vaak dat telt, is te tellen. Van de 42.895 bedrijven in de Nederlandse autohandel en -reparatie heeft 68 procent één werkzame persoon, hebben er 5.870 er twee, en zijn er 1.575 met tien of meer. Voor de meeste bedrijven maakt het model in het eerste jaar dus niets uit. Het maakt uit bij de eerste medewerker — en dat is de gebeurtenis waarvoor je software juist koopt.

De kosten die dan ontstaan zijn niet alleen die van de extra regel. Wie per werkplek betaalt, gaat bezuinigen op accounts, en er is precies één manier om dat te doen: mensen delen een login. Dat is de duurste besparing die er in een werkplaats bestaat, want vanaf dat moment is geen enkele vraag over tijden, vrijgaven en wijzigingen nog te beantwoorden. Waarom dat verder gaat dan een boekhoudkwestie, staat bij wie wat mag zien.

Ons eigen model staat hierboven in de tariefkaarten en is met opzet het tweede: één prijs per bedrijf, iedereen die meewerkt zit erbij. Een extra account is bij ons een uitnodiging en geen bestelling — niet omdat dat vriendelijker klinkt, maar omdat de rekening anders precies de groei bestraft waarvoor je de software hebt gekocht.

Welk pakket bij welk bedrijf past

Het duurste pakket is niet het grootste, maar het verkeerde. Twee vergissingen kosten stelselmatig geld, en ze kosten het op verschillende momenten.

  • Te klein gekozen en bijkopen. Als planning, voorraad of een tweede werkplek later als losse regel terugkomt, betaal je meer dan wanneer het er meteen bij zat — en je hebt er een paar maanden omheen gewerkt.
  • Te groot gekozen en niet gebruiken. Een pakket met modules die niemand opent, is geen investering in de toekomst maar een abonnement op een scherm dat niemand opendoet.

In Nederland loopt de belangrijkste scheidslijn niet langs het aantal mensen maar langs de vraag of je ook in auto's handelt. Van de 8.976 APK-erkende bedrijven zijn er 2.122 zuiver werkplaats en 6.854 werkplaats én handel. Die twee bedrijven hebben een ander pakket nodig, ook als ze even groot zijn en dezelfde bruggen hebben staan. Wie zichzelf op grootte indeelt in plaats van op deze vraag, vergelijkt het verkeerde rijtje.

Daarna pas telt de bezetting, en die is in dit land klein: 68 procent van de bedrijven werkt met één persoon. Praktisch komt dat neer op drie situaties. Alleen — agenda en factuur, en 's avonds niets meer laten liggen. Twee tot vier — afstemming: wie neemt aan, wie sleutelt, wie belt terug. Vanaf vijf — toewijzing: tijden per medewerker, vrijgaven met een naam erbij, bezetting per brug. Wat er tussen die drie precies verandert, staat op de pagina over software voor het onafhankelijke autobedrijf.

De toets die je zonder leverancier kunt doen: schrijf op wat je vandaag doet en niet wat je volgend jaar hoopt te doen, en kies daarop. Groeien kost bij een goed pakket een instelling. Een module die je vanaf dag één betaalt en pas over twee jaar opent, kost twee jaar.

Vanaf wanneer het zich terugverdient

De terugverdientijd is uit te rekenen, en het hoeft niet met aannames over ‘efficiëntiewinst’. Je hebt twee getallen nodig die je zelf kent: je uurtarief en de tijd die er nu dagelijks aan administratie omgaat. Weet je het eerste getal niet precies, dan rekent de uurtarief-calculator het voor je uit op basis van personeelskosten, vaste lasten en productieve uren.

De rekensom zelf is kort: bespaarde uren per maand × je uurtarief. Zodra dat boven het maandbedrag uitkomt, betaalt de software zichzelf — en de uren die je bespaart zijn dezelfde uren die je aan een auto had kunnen besteden. Meet die tijd een week lang in plaats van hem te schatten: een halfuur per dag is minder dan het klinkt zodra je optelt hoe vaak hetzelfde kenteken van aanname tot factuur wordt overgetypt, en hoeveel keer een gegeven van een briefje in een scherm belandt.

Twee posten daarnaast zijn in Nederland groter dan de bespaarde tijd, en ze worden allebei zelden meegerekend:

  • De factuur die blijft liggen. Je factuur moet uiterlijk de vijftiende dag van de maand na de levering de deur uit. Een systeem waarin gereedgemelde werkorders ongezien open blijven staan, produceert hier geen rommeltje maar een tekortkoming — en elke dag tussen gereedmelding en factuur is geschonken krediet.
  • De regel die je niet hebt doorberekend. Een onderdeel dat op de werkbon stond en niet op de factuur, is honderd procent verlies. Dat gebeurt niet bij de grote posten maar bij kleinmateriaal, diagnosetijd en de korting die telefonisch is toegezegd.

Wat níet in de rekensom hoort, is een besparing die je op het moment van tekenen nog niet kunt zien. Reken met wat er vandaag aantoonbaar dubbel gebeurt. Blijft er dan nog winst over, dan klopt de som ook als de invoering tegenvalt — en invoeringen vallen tegen.

Kopen, huren, cloud — waar het verschil zit

Nederland heeft iets wat de meeste markten kwijt zijn: een levend aanbod van werkplaatssoftware die lokaal op één computer op kantoor draait, zonder internetverbinding, vaak met een eenmalig bedrag bij de start en een laag maandbedrag daarna. Dat is geen achterstand. Voor een eenmanszaak met één werkplek werkt het uitstekend, en het is jarenlang de goedkoopste variant.

Het verschil zit niet in het eerste jaar maar in wat er niet op de rekening staat:

  • De computer zelf, en zijn vervanging. Bij een lokale installatie is die machine geen kantoormeubel maar je bedrijfsadministratie.
  • De back-up. Bij een lokale installatie is dat een handeling van jou. Draait er iets in een datacentrum, dan is het een dienst — en dan hoort in het contract te staan hoe vaak en hoe lang terug.
  • De tweede werkplek. Zodra er iemand bijkomt of je een tweede vestiging opent, verandert een lokale installatie van goedkoop in onmogelijk. Dat is geen softwarevraag meer maar een plaatsvraag.
  • De updates. Bij een abonnement zitten ze in het bedrag. Bij een gekochte licentie is het een eigen post, en de vraag is niet óf je hem betaalt maar wanneer je hem niet meer kunt overslaan.

Over vijf jaar gerekend liggen de twee modellen dichter bij elkaar dan de tariefpagina's suggereren. Rekenen over één jaar laat een eenmalige licentie altijd winnen; rekenen over vijf jaar laat zien wat er werkelijk gebeurt.

Eén risico hoort er specifiek bij en heeft niets met geld te maken. Je administratie moet zeven jaar bewaard blijven, en bij een lokale installatie hangt dat aan één schijf. Kom je van zo'n systeem af, trek dan je volledige export terwijl die computer nog draait — een schijf die pas ná de opzegging een probleem blijkt, is de enige variant waarin ‘bewaren’ echt misgaat. Hoe zo'n overstap zonder stilstand verloopt, staat bij overstappen terwijl de brug bezet blijft.

Looptijd, opzegging, prijsverhoging — en de bescherming die hier niet voor je geldt

Er is één ding dat je over een softwarecontract moet weten voordat je naar de clausules kijkt: de Wet Van Dam beschermt consumenten, geen bedrijven. De regel die je uit je privéleven kent — een abonnement dat na de stilzwijgende verlenging maandelijks opzegbaar wordt — komt uit het consumentenrecht en geldt niet voor een contract dat je als autobedrijf tekent. Wat er in de algemene voorwaarden staat, staat er dus echt. Dat is geen advies, het is de reden om die alinea zelf te lezen.

Drie clausules bepalen hoeveel een vergissing kost:

  • Minimumlooptijd en verlenging. Twaalf maanden met automatische verlenging met een jaar betekent in het slechtste geval bijna twee jaar betalen voor een systeem waarvan je in maand drie al wist dat het niet paste.
  • De opzegtermijn en de dag waarop hij ingaat. Drie maanden vóór het einde van de looptijd is iets anders dan drie maanden vanaf vandaag. Zet die datum in je agenda op de dag dat je tekent, niet in het jaar waarin je wilt opzeggen.
  • Prijsaanpassing. Mag de leverancier eenzijdig verhogen, met hoeveel, en per wanneer? En krijg je bij een verhoging een extra opzegmoment? Die tweede vraag is de belangrijkste van de drie en staat het vaakst niet in het contract.

Let daarbij op één ding dat als korting wordt gepresenteerd. Jaarbetaling met korting is een looptijd van een jaar, ook als er ‘maandelijks opzegbaar’ boven de tariefpagina staat. Het is een prima ruil zodra je zeker weet dat het past — alleen weet je dat pas na een paar maanden, en dat is precies wanneer de ruil je niets meer kost.

Wat er bij opzegging met je gegevens gebeurt, hoort in hetzelfde stuk papier en niet in een verkoopgesprek: hoe lang blijven ze opvraagbaar, in welk formaat krijg je ze mee, en wanneer worden ze verwijderd. Waarom dat de enige dag is waarop die vraag belangrijk wordt, staat bij van wie zijn je gegevens als je stopt.

Onze eigen voorwaarden staan hierboven bij de tarieven en zijn kort samen te vatten: maandelijks opzegbaar, geen instelkosten, geen jaarcontract. Dat is geen gunst maar het model — een leverancier die je alleen met een looptijd kan vasthouden, heeft een reden om dat te willen.

Wat er te onderhandelen valt

Aan een gepubliceerde lijstprijs beweegt zelden iets, aan de voorwaarden eromheen bijna altijd. Dat is geen zwakte van de leverancier maar de logica van een gepubliceerd tarief: wie het bedrag verlaagt voor één klant, verlaagt het voor iedereen die de pagina leest.

Vier punten laten zich in de praktijk wel bewegen:

  • Het aanmeld- of opstartbedrag. Eenmalig, dus makkelijk weg te geven en vaak het eerste wat sneuvelt.
  • Het overzetten van je gegevens. Vraag of het erbij zit; zo niet, vraag naar een vast bedrag in plaats van uren.
  • De looptijd. Een kortere eerste termijn is voor een leverancier goedkoper dan korting, en voor jou meer waard.
  • De proefperiode. Verlengen met een paar weken kost niets en levert je het enige dat telt: een echte maand met echte opdrachten.

Bij een aanbieder die géén prijs publiceert is de eerste onderhandeling een andere: die gaat over het krijgen van een bedrag. Vraag dan niet om ‘een indicatie’, maar om het jaarbedrag voor jouw bedrijf — jouw aantal mensen, jouw modules, inclusief eenmalige kosten. En vraag wat er in jaar twee verandert, want het eerste jaar is bij dit model bijna altijd het goedkoopste.

Eén regel maakt het verschil tussen een afspraak en een herinnering: wat is toegezegd, staat in de overeenkomst. Niet in de offerte-mail, niet in de notulen van het gesprek. De verkoper die de toezegging deed, is niet de persoon die je over twee jaar aan de telefoon krijgt.

‘Gratis proberen’ en ‘gratis’ zijn twee verschillende dingen

Een proefperiode is in deze markt de standaard: een eerste maand zonder kosten, bij een deel van de aanbieders zonder dat er een kaartnummer aan te pas komt. Dat is geen concessie van de leverancier maar een gunstige ruil voor allebei — en het is de enige gelegenheid waarop je een pakket met je eigen bedrijf test in plaats van met de voorbeelden van de verkoper.

Er wordt alleen zelden iets mee gedaan. De meeste proefperiodes verlopen met een handvol aangemaakte testklanten en één fictieve factuur, en daarna wordt er getekend op gevoel. Vijf dingen leveren binnen een uur een echt antwoord:

  • Neem een afgeronde opdracht van vorige week en voer die van kenteken tot factuur in. Tel hoe vaak je hetzelfde kenteken intikt.
  • Maak een factuur met een regel die anders wordt behandeld — een tweede btw-tarief, of geen btw als je onder de KOR valt. Dit is waar pakketten uit een andere markt struikelen.
  • Trek één keer de volledige export. Niet lezen dat hij bestaat: hem uitvoeren en op je eigen schijf zetten.
  • Geef een collega een eigen login en kijk wat hij ziet en niet ziet.
  • Doe een aanname op je telefoon, staand bij een auto, met vieze handen. Dat is de plek waar de informatie ontstaat.

Een gratis product is een andere vraag dan een gratis maand. Software die permanent niets kost, wordt ergens anders betaald — door advertenties, door een module die je binnen een half jaar nodig hebt, door een transactievergoeding, of door wat er met de gegevens gebeurt. Geen van die vier is op zichzelf verkeerd, maar je wilt weten welke het is voordat je je klantenbestand erin zet. De ene vraag die het antwoord geeft: waar verdient dit bedrijf zijn geld aan als het niet aan mij is?

En de tegenvraag die bij elke proefperiode hoort, ongeacht de prijs: wat gebeurt er met de gegevens die je in die maand hebt ingevoerd als je niet doorgaat?

Wat een wissel kost — en hoe je die post klein houdt

De prijs van een leverancier is het maandbedrag. De prijs van een beslissing is dat bedrag plus wat het kost om er weer uit te komen. Dat tweede getal staat in geen enkele tarieftabel, en het is het getal waarmee een verkeerde keuze duur wordt.

Drie posten vormen het samen:

  • De maanden die dubbel lopen. Een overstap gebeurt niet op een peildatum: stamgegevens eerst, dan de aanname, de facturatie als laatste op een maandovergang. Reken op een aantal weken waarin je twee systemen betaalt.
  • Het eruit halen van je gegevens. Kosteloos en volledig, of per uur en in stukjes. Dit is de post die het meest uiteenloopt, en de enige die je vóór het tekenen kunt afdwingen.
  • Naslag na afloop. Je administratie moet zeven jaar bewaard blijven — ook als het contract met de leverancier allang is beëindigd. Wie daar pas bij de overstap aan denkt, betaalt een oud abonnement nog jaren door om alleen te kunnen terugkijken. Dat is de duurste variant, en de meest voorkomende.

Het kleinste ding dat die derde post wegneemt, kost een halfuur: trek één keer in je eerste maand de volledige export en zet hem op je eigen schijf. Een export die nog nooit iemand heeft uitgevoerd is een toezegging; een export die je in handen hebt, is een feit. En hij hoort leesbaar te zijn zonder het systeem waaruit hij komt — een stapel pdf's is geen export maar een afdruk.

Hoe zo'n overstap praktisch verloopt terwijl er gewoon wordt doorgewerkt, staat op de pagina over software voor het onafhankelijke autobedrijf. Hier telt alleen de rekensom: vergelijk aanbieders op het jaarbedrag plus de uitstapkosten, en niet op het maandbedrag alleen.

Klare taal

Veelgestelde vragen

Hoe kom ik erin?

Schrijf ons om toegang voor je bedrijf te regelen — je krijgt je eigen account met alle functies. De demowebsite laat vooraf de klantkant zien: een voorbeeldwerkplaats met website en online afspraken.

Is dit alleen een afsprakenwebsite?

Nee. Online afspraken en website zijn de instap — de kern is de werkorder met werkzaamheden, hefbrug, voorraad, kwaliteitscheck en factuur.

Overstappen

Overstappen van een ander pakket

De meeste bedrijven beginnen niet bij nul maar bij een programma dat ze kennen. Wat een overstap in de praktijk kost, zit zelden in de maandprijs: het zijn de gegevens die mee moeten, de uren die je eigen mensen kwijt zijn aan wennen, en de weken waarin het langzamer gaat dan eerst. Waaraan je pakketten onderling vergelijkt — en op welke punten wij zelf niet de juiste keuze zijn — staat op de criteriapagina.

Weet je nog niet waarop je eigenlijk moet vergelijken? Garagesoftware vergelijken: de vijf criteria

Werkplaatssoftware die klanten oplevert.

Demo en toegang lopen via SavePaper.work — het platform achter Werkstattsystem.